Loge Van Aerssen Beijeren 25 jaar - Koninlijke Kunst - Vrijmetselaarsloge Nr 263, O:. Roosendaal (Vrijmetselarij voor de gemeente Woensdrecht en omstreken - Bergen op Zoom - Hoogerheide.) 2 Loge Van Aerssen Beijeren 25 jaar - Koninlijke Kunst - Vrijmetselaarsloge Nr 263, O:. Roosendaal (Vrijmetselarij voor de gemeente Woensdrecht en omstreken - Bergen op Zoom - Hoogerheide.) 3
 




Loge Van Aerssen Beijeren 25 jaar.


Inleiding bij de opening van de tentoonstelling t.g.v. het 25-jarig jubileum van de A.L. ‘Van Aerssen Beijeren’ in de Openbare Bibliotheek van Roosendaal:











































E.P. Kwaadgras

4 december 2002,


   Bij een bescheiden tentoonstelling hoort een bescheiden inleiding. In lengte zal ik het inderdaad bescheiden houden, maar of u mijn uitspraken ook bescheiden zult vinden, dat laat ik aan Uw oordeel over. De Roosendaalse vrijmetselaarsloge ‘Van Aerssen Beyeren’ bestaat 25 jaar, en daarbij willen we met deze mini-expositie heel even stilstaan. De loge gaat dus niet verder terug dan 1977, maar gelet op haar naam is bij de oprichting wel degelijk naar een veel verder verleden teruggekeken. Wie was Van Aerssen Beyeren? Wel, hij was de eerste Grootmeester van de organisatie waaronder de Nederlandse loges ressorteren, nu doorgaans Orde van Vrijmetselaren genoemd, toentertijd officieel de Groote Loge der Vereenigde Nederlanden, Ressort van de Generaliteit en Onderhoorige Volksplantingen. We praten dan over het jaar 1756. Vrijmetselarij was toen allang geen nieuwigheid meer in ons land, ze was er al een jaar of 35, maar nog niet echt onder een landelijk erkend gezag. Dat gezag kwam er toen, in de persoon van Albrecht Nicolaas, baron van Aerssen Beyeren, heer van Hogerheyden, Triangel, Heemstede, Rietwijk en Rietwijkeroord (later van Voshol, Meteren en Geldermalsen), geboren 1723, een jonge man naar onze maatstaven, 33 jaar oud. Had hij iets met Roosendaal? Nee, niet echt, maar hij was –u hebt het gehoord– heer van Hoogerheide, u weet wel, een dorp aan de oude weg van Bergen op Zoom naar Antwerpen, nog net in Nederland. En de loge was aanvankelijk van plan in Hoogerheide domicilie te kiezen. Dat laatste ging niet door, maar aan de naam heeft men toch vastgehouden. Men heeft de familie Van Aerssen Beyeren keurig toestemming gevraagd voor het voeren van de naam. De kleuren van de loge, zilver en zwart, evenals het andreaskruis in het zegel, zijn ontleend aan het familiewapen van de Van Aerssens.

Dit alles ondanks het feit dat de Grootmeester ten tijde van de oprichting, Gerrit van Wezel, een heel andere naam gesuggereerd had, namelijk ‘Coornhert’. Dirk Volkertszoon Coornhert, dat is weer een heel andere figuur, bovendien uit een tijd, zestiende eeuw, dat er van Vrijmetselarij echt nog geen sprake was. Waar zou Van Wezel aan gedacht hebben? Aan Coornherts grote reputatie als voorvechter van de individuele gewetensvrijheid en van ordentelijke rechtspleging? Toch wel niet aan zijn pamflet Verschooninge van de Roomsche afgoderye? Dat zou geen handige zet geweest zijn in deze streken, ook al heeft Coornhert indertijd wel degelijk een keurige katholieke opvoeding genoten. Nee, het zal eerder de liberale geest geweest zijn die uit zijn werken spreekt. En dan begrijp je uit zo’n suggestie ook meteen hoe Van Wezel tegen de Vrijmetselarij aankeek. Een club met idealen, mensen die opkomen voor vrijheid en verdraagzaamheid, die respect hebben voor de beginselen van de rechtsstaat. Tja, zulke idealen leven inderdaad wel onder vrijmetselaren, en al heel lang. De opkomst van de Vrijmetselarij en haar twijfelachtige reputatie hebben zelfs direct met dat soort zaken te maken.

De vrijheid námen ze gewoon. Onze voorgangers in de Vrijmetselarij trokken zich terug achter gesloten deuren en belegden vergaderingen. Het onderwerp of doel daarvan was onduidelijk. Wel duidelijk was dat ze mensen van verschillende stand, godsdienst en politieke gezind toelieten. Dit waren dingen, die waren nog nooit vertoond, nieuw en ongehoord. Geen wonder dat de autoriteiten, wereldlijke en kerkelijke, direct argwanend werden. Zoiets kon eenvoudig niet deugen. Verboden volgden weldra, de eerste pauselijke banvloek ook. De Staten van Holland dachten meteen aan een Oranje-samenzwering, we zaten toen immers in een stadhouderloos tijdperk! De Staten spreken in hun verbod van 1735 van ‘Vrywillige Metzelaars’, en dat ‘vrijwillig’, hoewel denk ik een eenvoudige vergissing, is een sleutelwoord.

Door sociologen worden vrijmetselaarsloges in Europa gezien als de eerste vrije organisaties die werden opgericht, vrij in de zin van onafhankelijk van kerk en staat, zelfstandig, maar ook in die zin dat het mensen vrijstond er lid van te worden of niet. Hoe was het namelijk in de eeuwen vóór de achttiende, de begintijd van de Vrijmetselarij? Individuen die gezamenlijk de geestelijkheid, adel of gilden vormden, waren onlosmakelijk aan hun stand gebonden. De leden van deze standen waren ‘met huid en haar’ ingekapseld. Alle activiteiten van de leden van een gilde, bij voorbeeld, moesten binnen dat gilde plaatsvinden; er was in hun leven geen ‘gilde-vrije’ ruimte. Het was letterlijk onzinnig om verschil te maken tussen beroep en privé- leven. Curieus is dat de Orde van Vrijmetselaren zich weliswaar modelleerde en stileerde naar het voorbeeld van zo’n ambachtsgilde, dat van de steenhouwers en metselaars, maar toch iets totaal anders was, iets dat met traditie brak. Het behoort tot de tekenen dat een andere soort van samenleving zich gaat vormen, dat er een genootschap ontstaat waartoe men uit vrije wil toetreedt, waar godsdienst, stand of ambacht niet telden, en waaraan men slechts een beperkt deel van zijn tijd, vrije tijd, besteedt. De loges creëren als het ware die vrije tijd. Zij verenigden een groeiende kring van mannen die uit de beperkingen hun door hun stand of ambacht en door hun godsdienst opgelegd, wilden uitbreken. Zowel kerk als staat, ik zei het al, sloegen deze vrije vorming van een genootschap los van stand of kerkelijke denominatie met grote argwaan gade. En daarin ligt het beginpunt van een traditie van verdachtmaking, laster, spot en verbod.

Misschien is er toch nog een specifiek werk te noemen van Coornhert, dat de toenmalige Grootmeester in gedachten gehad kan hebben. Dat is zijn belangrijkste werk, getiteld Zedekunst dat is wellevenskunste, een leerboek in feite over praktische ethiek. Onderwerp van het boek is simpelweg: hoe word ik een beter mens? hoe leer ik het juiste te doen? De Vrijmetselarij is in feite exact hetzelfde: een praktische oefening in levenskunst, in het vinden van de beste levenshouding. Coornhert zoekt de sleutel op ethische perfectie in zelfkennis. Hoe groter zelfkennis, hoe beter inzicht in goed en kwaad. Daarbij zijn goed en kwaad geen van hogerhand vastgestelde gegevens, maar een vorm van eigen bewustzijn, geweten, een inzicht dat men alleen in zichzelf kan terugvinden. De Vrijmetselarij begint met de vermaning en de opdracht ‘Ken U Zelf’. De oefening die zij biedt gaat uit van de samenhang tussen zedekunst en wellevenskunste, we zouden ook kunnen zeggen, tussen ethiek en etiquette. Daarover iets meer.

De Vrijmetselarij werd een middelpunt van vereniging voor mensen ‘die anders in voortdurende verwijdering van elkaar zouden zijn gebleven’. Vandaar ook, dat de Vrijmetselarij steeds zo sterk behept is geweest met gedragscodes. Binnen de loge geldt een radicaal andere gedragsnorm dan er buiten, niet alleen binnen het kader van het rituele spel, maar ook in het omgaan met de Broeders in het algemeen. Gedrag was steeds een uitvloeisel geweest van het traditioneel gebonden zijn aan een bepaalde stand. Maar hoe moest men zich buiten die traditioneel gebonden instituties gedragen? Men wist eenvoudig niet hoe men met mensen uit een andere sociale groep moest omgaan. Vandaar ook dat er in dezelfde tijd dat de Vrijmetselarij ontstond, ook tal van boeken verschenen over etiquette, om dat probleem te ondervangen. Niet voor niets is er in de Vrijmetselarij een onmiskenbare samenhang tussen ethiek en etiquette. Niet voor niets is er, van de hand van de befaamde Duitse vrijmetselaar en literator Adolf Knigge, een boek Ueber den Umgang mit Menschen. In de Vrijmetselarij kon men nóg iets nieuws leren, iets dat met genoemde zaken nauw samenhangt. Aanzien, eer en gezag, gezagsverhoudingen vooral ook, waren traditioneel automatisch uitvloeisel van je stand of beroep. Je wàs simpelweg baron, dominee of metselaar, en niet te vergeten, je behoorde tot die en die familie, en alles wat je bereiken of verwachten kon van en in het leven, was daarmee gedefinieerd. De loges nu creëerden voor het eerst hiërarchieën die niet teruggingen op bloedverwantschap, feodale verhoudingen of stand. In de loge gold niet wie je was, maar wat je was, welke functie je had. Het gezag van de Meester der Loge, of dat van de Opzieners, bij voorbeeld, was niet het gezag van een persoon, maar van een functie. En die functies waren wisselend, tijdelijk, aan termijn gebonden. Het aanzien van de Meester ligt vast in de ordewet, in de etiquette, en ieder die Meester wordt, geniet hetzelfde aanzien. Alleen verdienste kan verschillen creëren, en deugdzaamheid en wijsheid zijn kwaliteiten die meer waard zijn dan de waardigheid van geboorte, die een gift van het toeval is. Misschien gaat het te ver, zoals wel is gedaan, de loges te beschrijven als oefenscholen van de democratie, maar de Vrijmetselarij zag, met haar ongeschreven en geschreven wetten, haar hang naar debat en discours, haar verkiezingen en stemmingen, zeker vooruit naar een nieuwe tijd, naar een meer rationeel ingerichte maatschappij, ja, zij was zelf een rationele organisatie vergeleken bij de oude samenhangen van stand en gilde.

Vrijmetselarij is dus een methode van bezinning en zingeving. Maar, ik zei al, zij is een praktische bezigheid, een oefening. De theorie laat ze aan het individuele inzicht over. Op de fundamentele vragen over leven en dood, over goed en kwaad, heeft zij geen pasklaar antwoord. In plaats daarvan biedt zij een ritueel spel dat mensen terugwerpt op zichzelf, verbindt met de medemens en opwekt tot ‘het hogere’, wat ieder voor zich daaronder ook verstaat. Zo komt men ‘spelenderwijs’ tot het bepalen en toetsen van de individuele levenshouding. Het is deze individuele arbeid in gezamenlijkheid, die vrijmetselaren wel de ‘Koninklijke Kunst’ noemen. Een hechte band van broederschap verbindt allen die deze kunst verstaan. In de levenskunst van de Vrijmetselarij is iedere mens zijn eigen kunstwerk.

Wat de Vrijmetselarij haar adepten te bieden heeft is vooral vorm. Zij schept een kader waarin de meest uiteenlopende inhouden kunnen worden geplaatst. Het is wellicht vanwege dat primaat van de vorm dat vrijmetselaren altijd veel aandacht hebben gehad voor vormgeving in hun loges, van hun symbolen en attributen. Het blijkt ook dat ze daarin een eigen stijl hebben ontwikkeld die ook voor de buitenstaander gemakkelijk te herkennen is. Herkenbaarheid is niet hetzelfde als toegankelijkheid. Je kunt vele voorwerpen hier uitgestald bekijken, je kunt zelfs begrijpen wat de functie van het voorwerp was of is, maar wat is nu de betekenis van dit of dat symbool? Vraag je dat aan een vrijmetselaar, dan geeft hij een antwoord dat de buitenstaander als ontwijkend zal ervaren. “Ieder doet daar het zijne mee”, zal hij zeggen, “ze hebben voor ieder een eigen, persoonlijke waarde”. U weet dat wij de reputatie hebben van geheimzinnigheid. Dus denkt dan de vrager: “Zie je wel, hij wil het niet zeggen, of hij mag niet.” Nee, hij kan het niet zeggen. Het is in zekere zin wel waar, wat die vrijmetselaar u zegt. In zekere zin ook niet. Die symbolen, alle symbolen, hebben wel degelijk een gebonden, conventionele betekenis. Een duif met een olijftak in de snavel representeert ‘vrede’ en niet ‘oorlog’, dat weet iedereen. Weinigen weten waarom dit zo is, dat is jammer maar minder belangrijk. Ik ga hier geen symbooltheorie bespreken. Waar het mij om gaat is dat de betekenis van het symbool wel degelijk bepaald is. Als iemand u zegt, “maar voor mij betekent die duif ‘oorlog’ of ‘kerstvakantie’”, dan haalt u de schouders op. Uw gesprekspartner is niet helemaal bij de pinken.
De waarheid is dan ook dat de vrijmetselaar niet echt weet wat die symbolen beduiden. Dat is te zeggen, hij heeft in de loge geen uitleg gekregen van de betekenis van de symbolen. Maar er is iets anders gebeurd. Hij heeft de kracht van onze symboliek ervaren in de context van het rituele spel, dat vrijmetselaren spelen. Dat rituele spel is een en al symbool, symbolische tekst, symbolische handeling. De symbolen die er een rol bij spelen, treden op in onderlinge samenhang en in het kader van tekst en handeling. Daardoor wordt vaak een betekenis gedemonstreerd in de handeling, of gesuggereerd in de tekst, die achteraf niet zo maar helder onder woorden te brengen is. De Vrijmetselarij hanteert als het ware de methode van de deiktische, aanwijzende, definitie. Hoe leg je iemand uit wat regen is, gesteld dat iemand dat niet weet? Dat kan gauw ingewikkeld worden, en u bent niet meteorologisch geschoold. Een blokje omlopen in een regenbui kan dan heel afdoende zijn: “dit is nu regen”. Er is een kennis die op ervaring berust en geen woorden van node heeft. Ieder van ons weet wat ‘tijd’ is, maar die wetenschap onder woorden brengen gaat haast niet. Zo kent de vrijmetselaar zijn symbolen. Hij heeft een ervaring die de buitenstaander mist, en die ervaring kan hij nauwelijks onder woorden brengen. Die ervaring is het ware geheim. De ervaring kan deze kleine tentoonstelling u niet meegeven. Wel een indruk van die ‘stijl der vrije metselaren’. U kunt zelfs aan de hand van deze weinige voorwerpen al concluderen dat daar inderdaad een zekere eenheid in zit, een herkenbaar maçonnieke stijl. Op het gebied van wat je kunt noemen toegepaste kunst, staan hier toch inderdaad een aantal kunstwerkjes. U krijgt een heel klein kijkje in de keuken, maar niet de maaltijd zelf voorgeschoteld. Mocht u er toch trek in krijgen, dan hoeft u niet meteen het lidmaatschap van de loge te zoeken. U kunt ook nog eens naar onze verzamelingen in Den Haag komen kijken, waar we veel en veel meer hebben, en waar vooral ook een belangrijke bibliotheek aanwezig is op het gebied van de Vrijmetselarij. Alles vrij toegankelijk voor iedere belangstellende. Geheimen hebben we eigenlijk niet. De loges werken in beslotenheid, zonder publiek langs de zijlijn. Maar beslotenheid is niet hetzelfde als geheim. Voor enkele uren wordt de grote, boze wereld buitengesloten. Voor enkele uren creëren wij een klein Utopia, waar de menselijke verhoudingen volmaakt zijn en de omgang dienovereenkomstig. Je schept dusdoende een soort van laboratoriumsituatie van het menselijk gedrag. Daarin is veel mogelijk dat buiten de deur geen kans zou hebben. Maar juist doordat je voor even geplaatst bent in een gespiegelde wereld, kunnen je ogen opengaan voor een nieuwe blik op de werkelijkheid, het leven, en daarvan kan ook de impuls uitgaan tot een eigen individuele plaatsbepaling daarin. Iedere kunst, ook de meest realistische, schept een fictie om de waarheid naar buiten te brengen. Zo doet ook de Vrijmetselarij. Af en toe lukt dit. Dan is er die vreemde ervaring dat levensgeluk onder handbereik is. We vinden het tenslotte in onszelf, waar we het minst gezocht hadden. Dat geheim willen de vrijmetselaren onder ons de anderen hier vanavond wel meegeven. Ik dank u voor uw aandacht.


© E.P. Kwaadgras. Publicatie van deze tekst in welke vorm dan ook niet toegestaan zonder Voorafgaande toestemming van de auteur.










Home
Loge Van Aerssen Beijeren 25 jaar - Koninlijke Kunst - Vrijmetselaarsloge Nr 263, O:. Roosendaal (Vrijmetselarij voor de gemeente Woensdrecht en omstreken - Bergen op Zoom - Hoogerheide.) 9

Loge Van Aerssen Beijeren 25 jaar - Koninlijke Kunst - Vrijmetselaarsloge Nr 263, O:. Roosendaal (Vrijmetselarij voor de gemeente Woensdrecht en omstreken - Bergen op Zoom - Hoogerheide.) 5
Loge Van Aerssen Beijeren 25 jaar - Koninlijke Kunst - Vrijmetselaarsloge Nr 263, O:. Roosendaal (Vrijmetselarij voor de gemeente Woensdrecht en omstreken - Bergen op Zoom - Hoogerheide.) 6
Loge Van Aerssen Beijeren 25 jaar - Koninlijke Kunst - Vrijmetselaarsloge Nr 263, O:. Roosendaal (Vrijmetselarij voor de gemeente Woensdrecht en omstreken - Bergen op Zoom - Hoogerheide.) 7
 



Loge Van Aerssen Beijeren 25 jaar - Koninlijke Kunst - Vrijmetselaarsloge Nr 263, O:. Roosendaal (Vrijmetselarij voor de gemeente Woensdrecht en omstreken - Bergen op Zoom - Hoogerheide.) 8